dinsdag 27 juni 2017

de iMac

(Bij het afscheid van Hans Schaepkens op het Koning Willem I College)

Het was in 2008.  Ik kende Hans al een aantal jaren en ik had behoefte aan wat loopbaanbegeleiding. Ook waren er wel wat dingetjes gebeurd in mijn leven waar ik eens met een coach over wilde praten.

Zo kwamen wij in gesprek, soms in een apart kamertje, maar vaak ook gewoon in de rode zitjes in “La Cantina”. Ik mocht Hans graag, hij was betrokken, rustig en kon erg goed luisteren. Soms zei hij wel eens iets dat ik niet snapte, maar dat legde ik dan naast me neer of ik onthield de uitspraak en begreep het later opeens wel.

De gesprekken gingen over bewustzijnsniveaus, maar ook over het maken van keuzes. Uiteindelijk maakte ik die natuurlijk zelf, maar Hans hielp mij daarbij.
Nadat ik een keuze had gemaakt en mijn loopbaan een andere richting in was gegaan, bleef ik Hans nog een tijdje zien, al werd de frequentie wel minder.

Op een gegeven moment vertelde ik Hans dat ik een iMac wilde gaan kopen, maar ontzettend twijfelde. Ik vond het wel veel geld en vond de oude laptop waar ik op werkte eigenlijk nog goed genoeg. Hans was heel kordaat en zei “Ik ga een oefening met jou doen.” 

We planden een nieuwe afspraak, er werd een ruimte gereserveerd want voor deze oefening was ook ruimte nodig. Het was immers een oefening in de ruimte. De oefening heette “Het Hoefijzer” en duurde een klein half uur. Na afloop ben ik naar de stad gefietst om een iMac te kopen.

De iMac is inmiddels wat ouder en trager geworden en ik kruip er tegenwoordig ook niet meer zo vaak achter. Maar iedere keer als ik hem aanzet denk ik aan Hans en aan de zweetdruppels op zijn voorhoofd terwijl hij mij begeleidde bij “Het Hoefijzer”.

Altijd als ik Hans tegenkwam refereerde ik even aan de iMac. “Hij doet het nog steeds hoor.”

Natuurlijk ging ook deze oefening over keuzes maken en ook over je zelf iets gunnen en je zelf af en toe een cadeautje geven.

Ik vind het fijn dat Hans mijn coach was en het kenmerk van een goede coach is dat hij zichzelf overbodig maakt. Ook dit jaar heb ik weer (loopbaan)keuzes gemaakt en daar had ik Hans niet meer voor nodig.

Hans bedankt.



donderdag 22 juni 2017

Ik ben katholiek!


Nu Roze Zaterdag en het moment dat ik een kaarsje ga branden in de Sint Jan dichterbij komt, is het voor mij ook tijd om uit de kast te komen.

Ik ben katholiek.

Ik werd geboren in 1965 in een klein dorp met een grote kerk. Ik kwam er wekelijks en zong in het kinderkoor. Ik deed er mijn eerste Heilige Communie toen ik in de tweede klas zat en het Heilige Vormsel in klas 6.

In de puberteit zette ik me af tegen alles en iedereen en dus ook tegen de katholieke kerk. Als puber had ik weinig oog voor het verdriet van mijn vader, die in die jaren zijn eigen interne strijd voerde. Wat maakte de man zich  soms boos over de conservatieve stroming binnen de kerk. Hij had zich jaren ingezet als hoofd van de RK basisschool en was een gewaardeerd lid van het RK kerkbestuur, maar op een gegeven moment was hij helemaal klaar met het instituut kerk en deed hij er afstand van.

Net als hij bezocht ik nog maar zelden een Heilige Mis, maar katholiek ben ik altijd gebleven. Sinds ik in ’s-Hertogenbosch woon, nu zo’n 25 jaar, ga ik regelmatig een kaarsje opsteken in de Sint Jan. Ik vind het altijd fijn. Ik voel me er welkom en geborgen.

Ook ik heb niks meer met het instituut kerk, maar ik koester de sterke kanten van het Katholicisme. 

Warmte, sociale bewogenheid en hulpvaardigheid maken het leven mooier, en het is vooral uit solidariteit dat ik samen met anderen aanstaande zaterdag om 9 uur in de ochtend een roze kaarsje bij de Zoete Moeder in onze eigen Sint Jan ga branden.

Uit solidariteit met de LHBT-gemeenschap, uit solidariteit met de twijfelende bisschop Gerard de Korte, maar ook uit solidariteit met de priesters en gelovigen die anderen (nog) niet in hun hart kunnen sluiten.

Goed om te lezen in de krant dat we welkom zijn in de Sint Jan.


Tot zaterdag! Je kunt hier even laten weten of je er ook bij bent. 




donderdag 8 juni 2017

Gefeliciteerd!

Het filiaal van de Albert Heijn in de Vughterstraat bestond vijf jaar. 

Vijf jaar alweer, ik kan me nog herinneren dat er discussie was over een dergelijke supermarkt in de Bossche binnenstad. Hoe moest dat met het laden en lossen en was daar wel markt voor. Op een steenworp afstand in de Arena was er immers al een supermarkt van dezelfde keten.

Ik fietste er vijf jaar bijna dagelijks langs en zag ook wel dat het er druk was. Na mijn verhuizing uit de stad, nu bijna drie jaar geleden, kwam ik er eigenlijk niet meer. Tot voor kort want sinds half mei werk ik bij de Inburgering van het Koning Willem I College in de Sint Jorisstraat en de Sint Jorisstraat is bij die Appie om de hoek. Af en toe loop ik er wel binnen voor een broodje of wat lekkers.



Op dinsdag 6 juni was ik er ook en kwam ik er dus achter dat de winkel vijf jaar bestond. Daar stond de bedrijfsleider heel trots te wezen en hij bood mij ook een gebakje aan.

"Waarom niet" dacht ik en ik koos een lekker stuk appelkruimelvlaai. Ik kreeg er ook een kopje koffie bij en stond ondertussen om me heen te kijken aan een statafeltje. De bedrijfsleider deed zijn  best om gebakjes te slijten aan het winkelend publiek, maar de Nederlandse vrouwen die hij aansprak waren steevast aan de lijn, de Nederlandse mannen waren allemaal gehaast. Gelukkig was daar ook een Syrisch stelletje. Nadat de bedrijfsleider had uitgelegd waarvoor het gebak was kreeg hij een hand en uitgebreide felicitaties. De man wilde zelfs met de bedrijfsleider op de foto.

Vervolgens kwamen de Eritrese jongemannen. Het leek wel een optocht. Ze gaven allemaal netjes een hand, namen het gebakje graag aan, bedankten voor de koffie en liepen vervolgens ook de winkel weer uit.

Dank aan het filiaal in de Vughterstraat. Wat een leuk initiatief waarmee jullie, waarschijnlijk onbedoeld, je bijdrage hebben geleverd aan de inburgering van een groep nieuwe Nederlanders.

donderdag 1 juni 2017

Ik weet het niet


In de aanloop naar de verkiezingen van 15 maart schreef ik vier columns die ik steeds afsloot met de woorden "samen vooruit!". Vandaag vond ik het tijd om weer eens zo'n column te schrijven.

De verkiezingen liggen al weer bijna 80 dagen achter ons en steeds meer mensen hebben een mening over een mogelijke regeringsdeelname van de PvdA.

Zo lag ik onlangs op de behandeltafel nog bij te komen van een heerlijke nekmassage toen de fysiotherapeut luid en duidelijk liet weten dat hij vond dat de PvdA maar gewoon mee moet gaan regeren.

In de diverse media doen steeds meer prominenten hun zegje en ook aan mij wordt regelmatig de vraag gesteld

“Wat vind jij er nu van?”

Als er op mijn mobiel een onbekend nummer verschijnt is het meestal iemand van een landelijke krant of een actualiteitenrubriek die een belrondje doet langs PvdA-afdelingsvoorzitters.

Eigenlijk zeg ik dan nooit zo veel, maar in ieder geval dat ik het ook oprecht niet weet. In de (partij)democratie is het zo dat je het vertrouwen geeft aan de partijleider en zijn fractie. Zij bepalen de lijn en maken hun afwegingen en ik heb daar ook alle vertrouwen in. Het valt me in ieder geval op dat Lodewijk Asscher zo ontspannen, losjes en natuurlijk over komt in de kamer en in de media. Ik geef het je te doen. Zoveel zetels verliezen en er gewoon staan.

Ik weet het niet, maar toch is er een uitspraak die steeds in mijn hoofd rondzingt. De uitspraak is van Hans van Beers en dat zit zo. Van Beers overleed in het najaar van 2015. Hij was kort daarvoor weer in ’s-Hertogenbosch komen wonen waar hij van 1974 tot 1982 wethouder was geweest en omdat hij dat jaar 50 jaar lid was van de Partij van de Arbeid mocht ik hem op 1 mei een gouden speld overhandigen.
foto: Leon van den Akker
Ik had wel veel over de man gehoord, maar hem nog nooit gezien en we hadden een ontzettend leuk gesprek. Daarna hadden we af en toe mailcontact en gaf hij mij gevraagd, maar ook ongevraagd advies. In die tijd kwamen we ook te spreken over de mogelijke deelname van PvdA Brabant aan het provinciebestuur. Van Beers was met al zijn ervaring vrij duidelijk.

“Het is altijd beter om aan het stuur te zitten dan op de achterbank.”

Samen vooruit!

zaterdag 25 maart 2017

Kinderkaartje


Mijn vader werd geboren in een dorp vlakbij Rotterdam, maar in 1962 kreeg hij  een baan in een dorp dicht bij Amsterdam. In dat dorp was bijna iedereen voor Ajax. Mijn vader was niet zo’n voetbalfan, maar mijn ome Nico die kon er wat van. Hij had een seizoenkaart van Feyenoord!

Op verjaardagen en familiefeestjes was het altijd een drukte van belang; behalve Jan en Nico waren er nog 12 kinderen! Ik probeerde altijd bij mijn ome Nico in de buurt te zitten want daar gingen de gesprekken over voetbal en niet over politiek. Op één van die bijeenkomsten vroeg mijn ome Nico of ik een keer mee wilde naar het Stadion. Ik was 10 jaar en als een kind zo blij.

Op 31 maart 1975 was het zover. Het was Tweede Paasdag en ik mocht mee naar een thuiswedstrijd van Feyenoord in de Kuip. In die tijd werd er in het paasweekeinde een dubbel programma gespeeld. Feyenoord mocht uit en thuis tegen FC Amsterdam en had op zaterdag al met 0-3 gewonnen in de hoofdstad. 

Na een onrustige nacht werd ik al vroeg naar het huis van mijn ome Nico gebracht, een uurtje rijden. Daarvandaan gingen we naar Rotterdam. Het bleek dat Ome Nico een flinke vriendengroep had met wie ze alle thuiswedstrijden in de Kuip bezochten; we waren met een heel gezelschap. In mijn herinnering was mijn neefje Frank Overgaag er ook bij.

Eenmaal aangekomen bij dat grote stadion keek ik mijn ogen uit. Ik had de indruk dat Ome Nico iedereen kende en we passeerden wat hekken en suppoosten. Opeens waren we op de eretribune. “Ga hier maar zitten” en Ome Nico wees een rij met stoelen aan. Zijn vrienden hadden inmiddels ook een plekje gevonden een paar rijen daar voor. “Ik moet nog even een kaartje voor je halen” en weg was hij weer.

Daar zat ik dan in dat mooie stadion. Het was mooi weer, het zat goed vol en er liepen ook al wat spelers op het veld. Toen ome Nico eindelijk terug kwam stond de wedstrijd op het punt van  beginnen. “Hier, pak aan!” en hij gaf mij het kaartje.
 

Die dag zag ik mijn eerste wedstrijd van Feyenoord. Dat ze met 1-2 verloren was jammer, maar de ervaring was onvergetelijk en het kaartje heb ik tot op de dag van vandaag bewaard. Ik zat op de Eretribune, maar met een kinderkaartje voor vak X achter het doel.

Dit verhaal schreef ik voor de winactie 80 jaar de Kuip. Het kaartje vond ik in een oud plakboek.

vrijdag 24 maart 2017

Ubu-momentjes

Vandaag verschijnt een boek over Ubu Lemereis. Ubu overleed in 2010 en zou vandaag 55 jaar geworden zijn. De uitgave is de verboeking van de site www.ubulemereis.nl. Voor de gelegenheid schreef ik onderstaande tekst. (Deze staat dus niet in het boek en ook niet op de site, maar gelukkig wel hier.)


Het gaat te ver om te zeggen dat Ubu en ik goede vrienden waren, want dat waren we niet, maar ik vond het altijd fijn om hem te zien en we deelden een passie voor voetbal, voetbaluitslagen, nutteloze statistieken en allerhande lijstjes.

De tijd dat ik veel voetbal keek heb ik achter me gelaten. Ik bezoek af en toe nog een wedstrijd van FC Den Bosch en nu Feyenoord al zo lang op kop staat kijk ik ook al weer enige tijd naar Studio Sport op zondagavond. De doordeweekse Europese wedstrijden gaan grotendeels aan mij voorbij. Ik volg de uitslagen via Teletekst en via de geluiden uit de woonkamer als één van de jongens daar zit te kijken.

Toch heb ik bijna 7 jaar na Ubu’s dood nog regelmatig een Ubu-momentje en zo’n Ubu-momentje heeft altijd met voetbal te maken.

Een Ubu-momentje is dat je even aan hem denkt en er vervolgens achteraan denkt. “Wat zou Ubu hier van vinden?”

De afgelopen weken had ik drie dergelijke momentjes.

De eerste keer was op 14 februari. Barcelona verloor genadeloos van Paris Saint Germain. Er werd gesproken van een wisseling  van de wacht en ik dacht dat Ubu dit wel leuk gevonden zou hebben. Hij had het nooit zo op glitter, glamour en gearriveerde vedettes.

De tweede keer was op 8 maart. Barcelona ontsnapte op miraculeuze wijze in de terugwedstrijd tegen PSG en plaatste zich toch voor de volgende ronde. Al snel werd er ook gesproken over een aantal dubieuze beslissingen en een schwalbe en leek het er op dat er een luchtje zat aan de wonderlijke 6-1. Ik dacht dat Ubu er het zijne van zou hebben gevonden.

De derde keer was op 12 maart. Ik vernam via Teletekst dat Barcelona met 2-1 had verloren van Deportiva La Coruna.

Ik herinnerde me opeens een gesprek dat ik had met Ubu in 1994. De titelstrijd in Spanje ging dat jaar tussen Barcelona en Deportivo la Coruna en Ubu koos met heel zijn hart voor de underdog Deportivo.  In de laatste competitiewedstrijd was het erop of eronder.  Barcelona speelde tegelijkertijd tegen Sevilla en stond in de rust op achterstand.  In de tweede helft trok Barcelona de wedstrijd toch naar zich toe terwijl het bij Deportivo tegen Valencia lang 0-0 bleef. Bij die stand zou Barcelona kampioen zijn. In de 88ste minuut kreeg Deportivo een penalty en verdediger Djukic schoot deze in de handen van de keeper. Na anderhalve minuut blessuretijd was de wedstrijd gedaan en was FC Barcelona kampioen op doelsaldo.

Natuurlijk dacht ik wat Ubu, anno 2017, van de overwinning van Deportivo gevonden zou hebben. Ik denk dat hij zachtjes zou grinniken en zou denken net goed.


Naschrift:
1. Op Wikipedia lees ik het volgende over de slotwedstrijd van het seizoen 1993/1994: Het feit dat Valencia erg fanatiek het gelijkspel verdedigde, en diverse spelers (waaronder keeper González) uitbundig de gestopte penalty vierden, leidde tot volop speculatie over premies van FC Barcelona. Dit werd uiteindelijk in 2008 door verdediger Giner toegegeven.

2. Over het verschijnen van het boek verscheen een artikel in De Gelderlander:





donderdag 9 maart 2017

Sorry

“Sorry seems to  be the hardest word.” Elton John zong het al in 1976. 




Ik ben het niet met hem eens. Er is niks mis met sorry zeggen, sterker nog, het getuigt van moed, leiderschap en empathie om dat gewoon wel te doen. 

De Q-koortsuitbraak in Nederland dateert alweer van 2007 en is voor zover bekend de grootste ter wereld. Onze provincie Brabant werd samen met de provincie Gelderland het zwaarst getroffen. Vanuit Brabant klinkt al lang het verwijt dat het belang van de agrarische sector bij de Q-koortsuitbraak zwaarder is gewogen dan dat van de patiënten. 

Vorig jaar diende Antoinette Knoet van PvdA Brabant een motie in waarin ze opriep tot een groot bevolkingsonderzoek. Zeven andere partijen in de Provinciale Staten schaarden zich achter de motie die unaniem werd aangenomen.  De motie vraagt ook naar een onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop Den Haag is omgegaan met slachtoffers van Q-koorts. 

Premier Rutte (VVD) kon vorige week geen sorry over zijn lippen krijgen; “Het is echt geklets dat de overheid harteloos is geweest tegenover de slachtoffers van de Q-koorts." 

Vicepremier en PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher zei het gisteren wel toen hij in Den Bosch te gast was bij het Brabants Dagblad.  “De overheid is zo groot dat het soms moeilijk is de menselijke kant van de zaak te blijven zien. Als die hier uit het oog is verloren dan moet je dat kunnen toegeven.” 

In het Brabants Dagblad van vandaag lees ik dat het geen formeel excuus is maar wel een menselijk gebaar.

En zo hoort het ook. Politici dienen hun menselijke gezicht te tonen om in de politieke arena vervolgens de samenwerking te zoeken. 

Dat is wat Antoinette Knoet van PvdA Brabant in de Provinciale Staten deed en dat is wat ook in Den Haag moet gebeuren.

Samen vooruit.

Dit is mijn vierde column in aanloop naar de verkiezingen van 15 maart. De columns eindigen steeds met de woorden "Samen vooruit", want ik steek mijn politieke voorkeur niet onder stoelen of banken.

Eerder verschenen:

Geen paniek

Een premiersdebat zonder de VVD

Een goede grap